VergunningKompas logo VergunningKompas
Productgids

Uitbouw en aanbouw: de regels op een rij

⏱ 4 min leestijd · Bijgewerkt mei 2026

Een uitbouw of aanbouw aan de achterkant van je woning is in veel gevallen vergunningsvrij. Maar de regels zijn preciezer dan "gewoon bouwen aan de achterkant". Diepte, hoogte, afstand tot de perceelsgrens en de ligging van je perceel bepalen samen of je een omgevingsvergunning nodig hebt. Dit artikel zet de regels uit het BBL overzichtelijk op een rij.

Vergunningsvrije uitbouw aan de achterkant

Onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL, hoofdstuk 2) is een aanbouw of uitbouw aan de achterkant van een woning vergunningsvrij als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

  • Maximale diepte: niet dieper dan 4 m gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel van de woning.
  • Maximale hoogte: niet hoger dan 3 m boven peil (bovenkant afgewerkte vloer begane grond).
  • Afstand tot perceelsgrens: minimaal 1 m van de achterste perceelsgrens én de zijperceelsgrenzen.
  • Achtererfgebied: het bouwwerk staat in het achtererfgebied (achter de voorgevelrooilijn).
  • Bebouwingspercentage: het gezamenlijk bebouwd oppervlak van bijbehorende bouwwerken overschrijdt niet 50% van het achtererfgebied, met een maximum van 150 m².

Voldoe je aan al deze maten? Dan is de uitbouw op nationaal niveau vergunningsvrij. Let op: het gemeentelijke omgevingsplan kan aanvullende eisen stellen.

Hoekpercelen: extra regels

Bij een hoekperceel grenst de woning aan twee openbare wegen of openbaar toegankelijke gebieden. De "zijkant" van het huis wordt dan beschouwd als een voorzijde. Dit heeft twee gevolgen:

  • De zijgevel die zichtbaar is vanaf de openbare weg telt als "voorgevel". Bouwen hier is niet vergunningsvrij op grond van het BBL.
  • Het achtererfgebied is kleiner omdat twee zijden als "voor" worden behandeld.

Bij hoekwoningen is het essentieel om eerst de voorgevelrooilijn te bepalen aan de hand van het omgevingsplan of de kadastrale situatie. VergunningKompas doet dit automatisch op basis van het adres.

Plat dak vs. schuin dak

De hoogte van 3 m geldt voor de buitenzijde van het bouwwerk. Bij een plat dak is dit eenvoudig te meten. Bij een schuin dak (zadeldak of lessenaarsdak) geldt de maximale bouwhoogte aan de goot, niet aan de nok. Een schuin dak mag dus hoger zijn aan de nok, mits de goot de 3 m niet overschrijdt. Praktisch: een lessenaarsdak dat van 2,5 m naar 3,5 m loopt is toegestaan zolang de laagste kant 3 m of minder bedraagt.

Beschermde gebieden en monumenten

In de volgende situaties vervalt het vergunningsvrije regime:

  • Rijksmonument of gemeentelijk monument: alle bouwactiviteiten die het monument kunnen aantasten vereisen een omgevingsvergunning voor de activiteit "monument".
  • Beschermd stads- of dorpsgezicht: de gemeente beoordeelt de impact op het ensemble, ook aan de achterzijde.
  • Omgevingsplan beperkingen: sommige gemeenten hebben in hun (tijdelijk) omgevingsplan beperkingen opgenomen voor specifieke woonwijken, zoals maximale bebouwingsdichtheid of specifieke bouwstijlen.

Checklist vergunningsvrije uitbouw

  • ✔ Aan de achterkant van de woning (achter de voorgevelrooilijn)
  • ✔ Maximaal 4 m diep vanuit de oorspronkelijke achtergevel
  • ✔ Maximaal 3 m hoog boven peil
  • ✔ Minimaal 1 m van de perceelsgrenzen
  • ✔ Totaal bijbehorend bouwwerk max. 50% / 150 m² achtererfgebied
  • ✔ Geen monument of beschermd gezicht
  • ✔ Controleer omgevingsplan gemeente op aanvullende regels

Direct checken voor jouw situatie?

Gemeente-specifiek advies in 30 seconden.

→ Start gratis check